President garandeert brug over Corantijnrivier nog deze regeerperiode

President garandeert brug over Corantijnrivier nog deze regeerperiode

03-10-2020
De brug over de Corantijnrivier komt deze regeerperiode nog. Zo verzekerde president Chandrikapersad Santokhi zijn gehoor tijdens het bezoek dat hij samen met vicepresident Ronnie Brunswijk en een deel van het ministersteam aan Nickerie heeft afgelegd op zaterdag 3 oktober 2020. President Santokhi zegt dat er al verregaande afspraken zijn gemaakt met twee presidenten die achter dit project staan. In de komende weken gaat minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking verdere uitvoeringsafspraken maken. “Er staan financierders klaar, maar we moeten goed voorbereiden en het dossier goed doornemen, zodat we geen fouten maken met zaken die in het recente verleden afgesproken waren”, aldus het staatshoofd.

Hij verschafte deze informatie aan de Nickeriaanse gemeenschap omdat die ook op de hoogte moet zijn van de afspraken die de president en minister Ramdin hebben gemaakt in Guyana. Nickerie speelt vanwege de rol als Surinames grensdistrict met Guyana een belangrijk rol in de relatie tussen de twee landen. Volgens het staatshoofd zullen er verschillende werkgroepen betrokken zijn in de samenwerking met het buurland. Een daarvan is de werkgroep Personen en Goederenverkeer tussen Suriname en Guyana.

De regering wil gedaan krijgen dat Suriname en Guyana als twee Caricom-landen op het continent van Zuid-Amerika een hechte samenwerking aangaan. Die samenwerking moet uiteindelijk leiden tot de volledige liberalisatie van het personen- en goederenverkeer tussen de twee landen. Hij benadrukt dat hierdoor smokkel, illegale doorvoer en corruptie tot het verleden zullen behoren. “Het wordt helemaal vrij, dat gaan we allemaal goed regelen en afspreken”, aldus de president, die aangaf dat er ook is afgesproken dat er een werkgroep komt om gezamenlijk te kijken naar de olievondst. Volgens hem liggen Surinames en Guyana’s oliebronnen niet ver van elkaar. Hij vraagt zich dan ook af waarom er afzonderlijk een grote diepzeehaven gebouwd moet worden.

Het staatshoofd meent dat de bouw juist samen gedaan kan worden en samen gefinancierd met de particuliere sector. Hij denkt aan de mogelijkheid voor een Public Private Partnerschap: de twee overheden en de private sector. Het gaat president Santokhi dan niet alleen om het ontwikkelen van de oliesector, maar ook de gasindustrie. Hij geeft aan dat zowel Suriname, Guyana als Frans-Guyana over gasvoorraden beschikken. De landen zouden deze sector samen kunnen ontwikkelen en exporteren naar de regio en de rest van Zuid-Amerika. Voor Suriname kan het de ontwikkeling van de bauxietindustrie in het Bakhuisgebied betekenen.

Het staatshoofd onderstreept hetgeen de vicepresident eerder op de dag had benadrukt, namelijk dat de ontwikkeling van olie- en gasindustrie impact gaat hebben op Nickerie. Suriname moet hierop inspelen en Nickerie moet op deze ontwikkeling voorbereid worden. Volgens president Santokhi zal de local content discussie geïnitieerd door de Staatsolie Maatschappij Suriname binnenkort op gang komen. Hij noemt zaken als ondernemerschap, hotelwezen, moderne technologie, aanleveren van personeel, middelen, materiaal en foerage die allemaal van belang zullen zijn wanneer de ontwikkeling begint. De president gaf aan dat ook de backtrack tot het verlenen zal gaan behoren. Hij schetst een beeld van een handelscentrum, steiger en werkgelegenheid.