De meeste infrastructurele projecten zijn gefinancierd met leningen van de Volksrepubliek China en met de middelen die het land heeft verdiend. Het onderzoek naar de besteding van de verdiensten gaat onverkort door, beloofde de regeringsleider. Er zijn schulden gemaakt en steeds afgelost met leningen op leningen. De administratie hiervan laat veel te wensen over en in sommige gevallen net te achterhalen, zei president Santokhi. Er is met betrekking tot het COVID 19 fonds ook geen administratie te vinden. Een uitgave van SRD 300 miljoen kan niet verantwoord worden. Royalty betalingen van goudmaatschappijen van U$ 65 miljoen op jaarbasis worden gebruikt om schulden af te lossen of als onderpand.

De regeringsleider somde verder op een opdracht van toenmalige financiënminister Gillmore Hoefdraad aan de Surinaamse Post Spaar Bank om een bedrag van U$ 272 ,9 miljoen over te maken op de rekening van een woningbouwfonds, zodat de nieuwe regering de beschikking hierover niet kon hebben. De directeur van deze bankinstelling mag passende maatregelen verwachten.

Het Surinaamse volk zit nu opgescheept met een buitenlandse schuld van bijkans U$ 2 miljard. Totaal bedragen de binnenlandse en de buitenlandse schuld bijkans U$ 3 miljard. De president ging ook in op de achterstanden van rente en aflossing van buitenlandse leningen, wat een plaatje weergeeft van U$ 43 miljoen. De achterstand in het niet betalen van recu’s voor bedrijven bedraagt SRD 243 miljoen. Op jaarbasis moet Suriname alleen aan rente voor de twee Oppenheimer leningen, ruim U$ 67 miljoen ophoesten. Naast de financiële catastrofe ging de president ook in op het aantal valreep benoemingen, indiensttredingen en bevorderingen. Per jaar zal dit ons land SRD 800 miljoen kosten. De president zegt overtuigd te zijn dat de vorige regering alles in het werk heeft gesteld om het werken van de huidige te bemoeilijken. Het getuigt van onverantwoord bestuur, aldus president Santokhi.