De werkgroep bestaat uit ellf leden, volgens voorzitter Linscheer, allemaal afgevaardigden van verschillende ministeries die een verantwoordelijkheid hebben op dit stuk. Zo zijn de ministeries van Justitie en Politie, Defensie, Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie vertegenwoordigd alsook het Nationaal Coördinatiecentrum Rampenbeheersing (NCCR) en het Directoraat Nationale Veiligheid (DNV). “Ze hebben allemaal een verantwoordelijke taak. De ene doet vergunningen, de andere is verantwoordelijk voor de opslag, de ene doet milieu en de andere controle,” legt Linscheer uit.

De commissievoorzitter zegt dat er om de een of andere redenen reeds geruime tijd verschillende stoffen opgeslagen liggen. Het gaat deels om in beslag genomen stoffen, anderzijds om chemicaliën en explosieven die onder andere in de mijnbouw gebruikt worden. Deze worden legaal geïmporteerd en ergens opgeslagen. De werkgroep gaat inventariseren hoeveel van deze stoffen opgeslagen liggen, de wijze van opslag en of de protocollen hiertoe moeten worden aangescherpt.

Er zal worden gewerkt naar wet en regelgeving. Linscheer: “Beter gezegd: betere en meer regelgeving.” Ondervoorzitter Dennis Kamperveen vult aan dat de werkgroep zich sterk gaat maken voor veiligheid in Suriname.  Zij gaat zaken doen die op korte termijn zichtbaar zijn, “zodat het volk zich veilig voelt”. Alle actoren die op dit stuk bezig zijn, zullen erbij betrokken worden, zodat ook op korte termijn acties ondernomen kunnen worden.

De vervolgstap na inventarisatie is die van wetgeving, waarbij er protocollen zullen worden vastgelegd ten aanzien van opslag, import, export, transport, handel en controle. Op de vraag of de wetgeving veranderd moet worden, zegt Kamperveen dat die waarnodig zal worden aangevuld of aangepast. Volgens hem mag de samenleving rekenen op veiligheid als het gaat om de werkgroep. “Zonder veiligheid geen ontwikkeling, zonder veiligheid geen democratie,” aldus Kamperveen.