Overheid


President geeft toelichting over financiën van de staat

08-05-2015 | Kabinet van de President

In een persconferentie op vrijdag 8 mei heeft President Bouterse een uiteenzetting gegeven over de staat van de overheidsfinanciën. Hij werd bijgestaan door Vicepresident Ameerali en DNA-voorzitter Jennifer Simons.

Ministers en DNA leden van de coalitie en de pers waren aanwezig in het Perscentrum van het Kabinet van de President. 

 

Wij hebben op 12 augustus 2010 een situatie overgenomen met:

  • een betalingsachterstand van hoger dan SRD 300 miljoen
  • een situatie waarbij wettelijk leningenplafond was overschreden
  • een koersverschil tussen illegale marktkoers en officiele bankkoers groter was dan SRD 1,30
  • schaarste aan valuta
  • onbeheersbare prijzen
  • te verwaarlozen AKB toeslag van SRD 3
  • een AOV om niet over naar huis te schrijven van SRD 225,-
  • een voorziening van SRD 37,50 voor mensen met een beperking.

Dat was ons beginpunt.

 

Ontwikkeling 2010-2015

Een belangrijke vraag die wij na 5 jaren regering Bouterse stellen is: Is er sprake geweest van ontwikkeling Is er sprake van economische groei? Bij de beantwoording moeten wij objectief en oprecht blijven.

Ook is de vraag welke indicatoren en welke uitleg gebruikt worden om aan te geven of er ontwikkeling en vooruitgang is geboekt.

 

Het Bruto Binnenlands Product

Het BBP, welke de totale waarde van goederen en diensten in de economie weergeeft, is in de periode 2010 tot en met 2014 gestaag toegenomen.
2010: 11,9 miljard SRD
2014: 18,2 miljard SRD
2015: verwachting 19,5 miljard SRD

Dit betekent dat de economie bijna twee maal zoveel waard is.

We kijken echter naar de reële groei van het BBP: hoeveel meer volume aan producten en diensten is beschikbaar voor de samenleving. Dat wil zeggen, hoeveel is de groei van het BBP wanneer we het prijseffect buiten beschouwing laten.

Het reele BBP is jaarlijks gemiddeld met 4% gegroeid. En dit is de aandacht waard. De Surinaamse economie is namelijk veel harder gegroeid dan de wereldeconomie en veel harder dan de meeste landen in de regio.

Dit is een zeer goede prestatie. Dit betekent allereerst dat we de moeilijke externe omstandigheden hebben weten te overtreffen. Ten tweede betekent het ook dat het fundament voor een beter bestaan voor allen in de samenleving is verstevigd, en niet verzwakt.

 

Groei ondanks gedaalde internationale exportprijzen

De mijnbouw is de kurk waarop de Surinaamse economie, en vooral de export, drijft; en vanwege verslechterde wereldmarkt omstandigheden zijn de inkomsten uit deze sector sterk gedaald.

We hebben echter groei bereikt ondanks de gedaalde internationale exportprijzen. In de achterliggende periode was er sprake van:

-        sterk afgenomen goud en olie prijzen op wereldmarkt

-        weinig inkomsten uit bauxietsector

-        in 2013 en 2014: ong USD 288 miljoen minder ontvangen uit deviezen uit de mijnbouwsector

-        in 2013 en 2014: SRD 742 miljoen minder op de begroting ontvangen vanuit de mijnbouw

  

Gepleegde aanpassingen in moeilijke tijden

Met beleid heeft de overheid aanpassingen gepleegd om de tekorten op de externe rekeningen en voor de begroting op te vangen. En voorts om eventuele negatieve effecten op de economie minimaal te houden.

Dit is waar het om gaat. Met beleid streeft de regering een ontwikkelingsvisie na en met beleid stuurt ze ook de beschikbare middelen in een richting die goed is voor groei en welvaart voor de gehele bevolking.

Men kijkt niet naar hoe doelen worden gehaald met schaarse middelen. Want de inspanning is immers harder met minder middelen. En de inspanning is harder als naar alternatieven worden uitgekeken en de targets toch gehaald worden. Men ziet niet eens die targets, men weigert te zien wat er werkelijk is bereikt en hoe.

Dit is echter de waarheid achter het teruggedrongen overheidstekort. Dit is de waarheid achter nieuwe leningen en niettemin outstanding schuldprofiel. Het is de waarheid achter de goud deals. Dit is ook de waarheid achter lage inflatie. Voorts, de waarheid achter de economische groei van nu en in de toekomst. En ten slotte is het de waarheid van de verbetering van de sociale positie van de huishoudens, arbeiders, gepensioneerden, schoolgaanden, sociaal zwakkeren en personen met een beperking.

Hierover zeg ik in het kort nog het volgende:

Inflatie

De inflatie is een belangrijke indicator. Als land met een kleine open economie, spelen de prijzen van importgoederen een belangrijke rol bij inflatie. Door het beheersen van de wisselkoersen is de inflatie onder controle gebleven. De jaarlijkse gemiddelde inflatie daalde na de unificatie van de wisselkoers van 17,7% in 2011 tot 5,0% in 2012 tot 1,9% in 2013 en tot 3,4% in 2014. Het IMF en ook de rating agencies benadrukken dit gunstige resultaat in hun rapporten.

De totale staatsschuld bedraagt momenteel SRD 5900 miljoen. Dat is minder dan 34% van het BBP. Hiervan bedraagt de buitenlandse schuld circa 21% van het BBP en de binnenlandse schuld nog geen 13% van het BBP. Dit is onder het nationale wettelijke plafond van 60%. 

Wat opvalt, is onze gunstige positie in vergelijking met andere, zowel ontwikkelde als minder-ontwikkelde landen. Japan heeft een staatsschuld van boven de 200% van het BBP, Guyana van boven de 60%, St. Kitts en Nevis van boven de 180%, Jamaica boven de 123% van het BBP, Griekenland van boven de 140% van het BBP en Nederland van boven de 60%.

Verder valt op dat onder gunstige voorwaarden wordt geleend, waardoor de betaalbaarheid van de schuld gegarandeerd blijft. Dit is gunstig voor onze internationale kredietwaardigheid.

Bovendien: er is geen achterstand bij onze aflossingen en rentebetalingen. Dat gebeurt volgens schema. Geen wonder dat KPMG in hun laatste rapport heeft aangegeven dat Suriname een staatsschuld heeft waarop landen jaloers zijn.

 

Sociale indicatoren en ontwikkeling-stuwend programma

  • Aan Onderwijs heeft de regering in de afgelopen 4,5 jaar een totaal bedrag van circa 2 miljard 783 miljoen uitgegeven. Dat is 30% meer ten opzichte van de 5 jaren daarvoor toen het een bedrag van 1 miljard 894 miljoen vertegenwoordigde.
  • Volksgezondheid heeft de Staat circa 548 miljoen gekost in de afgelopen 4 jaren. Dat is ongeveer 44% meer dan de 5 jaren van daarvoor toen de uitgaven voor volksgezondheid geregistreerd waren voor een bedrag van srd 380 miljoen.
  • Voor wat het sociaal programma van de Staat betreft, hebben de uitgaven in het achterons liggende 4,5 jaar een bedrag van 2 miljard 229 miljoen bereikt, terwijl dat in de 5 jaren daarvoor 1 miljard 530 miljoen bedroeg. Een verbetering van maar liefst 46%.
  • Aan de infrastructuur heeft de Staat in de afgelopen 4,5 jaar 1 miljard 884 miljoen besteed, hetgeen neerkomt op 100% meer ten opzichte van de 5 jaren daarvoor. Toen is een bedrag van 922 miljoen besteed.
  • Hoewel wij daar nog verbeteringen moeten aanbrengen mede vanwege de daling in prijzen van onze meest belangrijke exportproducten, is het toch goed aan te halen dat ondernemers en dienstverleners een bedrag van 4 miljard 487 miljoen is besteed. Dat komt neer op 67% meer gedurende de 5 jaren van daarvoor toen het 2 miljard 687 miljoen bedroeg.
  • Het veraangenamen van de genoemde leer- en leefomstandigheden heeft de Staat in de afgelopen 4 jaren voor wat kinderbijslag betreft circa 92 miljoen srd gekost.
  • Waren de uitgaven voor kinderbijslag in 2010 nog circa 1 miljoen 200 duizend, na de verhoging in 2011 maakte het een sprong naar bijkans 13 miljoen om vervolgens in 2012 te gaan naar circa 22 miljoen. In 2013 en 2014 waren de AKB uitgaven respectievelijk 27 miljoen en 29 miljoen.
  • Voor wat scholenbouw en het bouwen van lokaliteiten betreft heeft de Staat in de achter ons liggende 4 jaren een bedrag van circa 92 miljoen srd uitgegeven
  • De uitgaven die door de Staat zijn overgenomen met betrekking tot ouderbijdrage aan scholen en verzekeringen komt neer op een totaal bedrag van circa 17 miljoen srd
  • In totaal heeft de regering een totaal bedrag van circa 244 miljoen srd uitgegeven aan het veraangenamen van de leeromgeving van de jongeren in ons land
  • Een van de sociale indicatoren is het werkloosheidspercentage. De trend is een afnemend werkloosheidspercentage: van 11% in 2007 naar 9% in 2008-2009, naar 6-7% in 2011-2012 en naar 5% in 2013. Dit is in lijn met de groei van de economie, ons sociaal contract en verbeterde arbeidsmarktvoorwaarden, zoals het minimumloon.

Ten slotte
Dit is waar de beleidsinspanningen naar toe zijn gegaan en waar middelen aan worden besteed. Dit alles wordt bereikt zonder ontwikkelingshulp, op eigen kracht en met middelen die tegen gunstige voorwaarden worden geleend.

 

Volgens de rapporten van internationale financiële en ratings instellingen doen wij het goed. De economische vooruitzichten zijn goed en onze kredietwaardigheid is zeer stabiel. De economie zal vanaf 2016 nog verder aantrekken en het groeitempo zal toenemen.

 

 

Lees hier de presentatie van de President getiteld: Goede Prestaties en Positieve Vooruitzichten Surinaamse Economie 2010-2015

NIEUWSBERICHTEN