Minister Albert Ramdin: “Als we ons niet presenteren, dan zijn we er niet”

Minister Albert Ramdin: “Als we ons niet presenteren, dan zijn we er niet”

08-03-2022

“Als we ons internationaal niet presenteren, als we er niet bij zijn, dan tellen we niet.” Met deze woorden maakt minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS) duidelijk dat het voor Suriname van belang is om aanwezig te zijn op regionale en internationale fora, in het bijzonder om de ontwikkeling van het land verder gestalte te geven. “Ons buitenlands beleid is gericht op de ontwikkeling van Suriname, het sluit aan op én staat niet los van de ontwikkelingspolitiek van de regering.” Het voorgaande zei de bewindsman tijdens een op maandag 7 maart 2022 belegde persconferentie waar verslag werd gedaan van Surinames deelname aan de 33ste Tussentijdse Caricom Staatshoofdenvergadering.

Minister Ramdin zegt dat kosten die in het kader van buitenlandse activiteiten gemaakt worden, gezien moeten worden als een investering. “Niet als een kostenpost, we moeten het terugverdienen.” Volgens hem kunnen deze kosten alleen terugverdiend worden indien Suriname bij deelname aan buitenlandse activiteiten overleg heeft met landen, individuen, investeerders of organisaties. De BIBIS-bewindsman laat optekenen dat alle activiteiten die zijn departement over het afgelopen anderhalf jaar heeft ondernomen, geresulteerd hebben in 40 miljoen euro aan ondersteuning, technische bijstand, donaties alsook financiële middelen. Hij zegt dat BIBIS een klein ministerie is met een begroting van rond de 18 miljoen US. “Dus wat dat betreft, zijn de kosten die gemaakt zijn als investering, al terugverdiend en dat zal voortgaan elk jaar.” “Als we ons niet presenteren internationaal, als we er niet bijzijn dan tellen we niet mee”, voegt hij eraan toe.

Minister Ramdin merkt ook op dat wanneer wij als land gaan wachten tot alles perfect is in termen van investerings- dan wel economisch klimaat, wij dan nooit ready zullen zijn. Hij spreekt van een proces waarbij Suriname – terwijl nationaal zaken zoals de Investeringswet in orde worden gemaakt of investeerders worden aangetrokken – ook haar vleugels binnen de Caricom moet uitslaan. Als land moeten wij niet alleen kijken naar verre markten die vrij gecompliceerde invoer- en exportregelgevingen hebben, maar ook naar markten in het Caribisch gebied. De bewindsman onderstreept woorden van president Chandrikapersad Santokhi dat wij als land actief aanwezig moeten zijn en leiderschap tonen om erbij te horen. Suriname zal alvast dat leiderschap tonen wanneer zij dit jaar invulling geeft aan het voorzitterschap van de Caricom.

Zij zal zich ervoor inzetten dat barrières in het samenwerken en zakendoen met elkaar worden weggenomen. Wanneer dat het geval is, ligt het dan aan het bedrijfsleven om daar goed gebruik van te maken. Minister Ramdin zegt dat de regering in deze een facilitator is. Zij zorgt ervoor dat deuren worden geopend, regelgeving komt en het land interessant is. “Voor de rest zijn er andere actoren in de samenleving die hun werk moeten doen, en dat is in dit geval het bedrijfsleven. Dus dit is een samenspel. We kunnen niet wachten totdat alles perfect is, want dan hebben we de boot helemaal gemist”, maakt de bewindsman duidelijk.