President in gebed voor land en volk tijdens paasdienst op paleis

President in gebed voor land en volk tijdens paasdienst op paleis

19-04-2022

“Heer, dank U, dat Pasen een belofte van nieuw leven in zich draagt, voor heel Uw schepping, zodat wij niet teleurgesteld raken, wanneer er tegenslagen zijn”, zo klonk het gebed van president Chandrikapersad Santokhi tijdens de paasdienst die gehouden werd op maandag 18 april 2022 in de achtertuin van het presidentieel paleis. Voorgangers van diverse christelijke denominaties hebben bij deze gelegenheid het woord mogen richten tot de aanwezigen. De paasdienst op Tweede Pasen werd luister bijgezet met zang en een paaslunch. Tot de aanwezigen behoorden first lady Mellisa Santokhi-Seenacherry, ministers en leden van de christengemeenschap.

“Niet zomaar had Pontius Pilatus – toen men Christus voor hem bracht, om veroordeeld te worden – gezegd dat hij geen schuld in hem vond. Toch wilden kwaadwilligen deze onschuldige man kruisigen, en stookten ze het volk op. Zo is het helaas vaker in de wereld: kwaadwilligen willen af van degenen, die goed doen en zich inspannen voor de redding van anderen”, zei president Chandrikapersad Santokhi tijdens zijn toespraak. Pasen is het bewijs, dat de duistere machten uiteindelijk het onderspit delven. Het staatshoofd legde hiermee de nadruk op de betekenis van het paasfeest. Pasen is de belangrijkste christelijke feestdag. Men viert de opstanding van Jezus uit de dood nadat hij op Goede Vrijdag gestorven is. Daarom is het staatshoofd in gebed gegaan voor land en volk.

Harold Pultoo, geestelijk adviseur van de president, noemde de paasdienst uniek vanwege het feit dat verschillende leiders van christelijke denominaties aanwezig waren. Ook omdat president Santokhi zelf in gebed is gegaan voor het volk. Volgens de geestelijke was de dag helemaal compleet met de zangoptredens en de paaslunch. Als paasboodschap geeft Pultoo de Surinaamse gemeenschap mee om in dialoog te gaan met God. Zo een dialoog is volgens hem bidden, waarbij er niet alleen tot de Heer gesproken, maar ook naar Zijn woord geluisterd wordt. “Laten wij luisteren naar God en gehoor tonen voor hetgeen Hij zegt, dan zullen wij beter met elkaar omgaan met elkaar.”